De rijke Haagse autobushistorie 

Al sinds 1924 verzorgt de Haagsche Tramweg Maatschappij het busvervoer in de gemeente Den Haag. In 1927 werd de HTM een “gemengd bedrijf”, genaamd “N.V. Gemengd Bedrijf "Haagsche Tramweg Maatschappij",In de moeilijke jaren 1940-1945 wist de HTM zich staande te houden om in 1946 het vooroorlogse busnet weer op te bouwen. Gevorderde bussen werden teruggevonden en eventueel hersteld. Veel nieuwe busseries werden in de jaren ’50 aangeschaft om de vervoersgroei op te vangen. Vooral de grote series Kromhout-Verheul bussen en AEC-Verheul bussen bepaalden het beeld van de periode dat de HTM explosieve groei meemaakte. In 1953 werd de garage aan de Viaductweg verlaten om omgebouwd te worden tot werkplaats. De nieuwe busgarage werd aan de Telexstraat geopend. In 1955 werd het lijnennet genummerd. In de jaren ’60 werden enkele stadstramlijnen verbust, evenals de Blauwe Tram van de NZH en de buitenlijnen naar Wassenaar en Leiden. In de jaren 1965-1967 werd het lijnennet van de HTM gereorganiseerd terwijl tegelijkertijd de rode DAF-standaardbus haar intrede deed. Tot en met 1988 zouden grote aantallen van dit bustype worden afgeleverd. In 1990 deden de eerste lagevloersbussen haar intrede bij de HTM, destijds een unicum. In 1997 mocht de HTM haar eerste gelede bussen verwelkomen. Sinds het begin van dit decennium gaat de HTM door het leven als “HTM Personenvervoer”. 

Tegenwoordig mag de HTM gezien worden als één van de meest kwalitatieve busvervoerders in Nederland. Jaarlijks vervoert deze onderneming meer dan 133 miljoen tevreden reizigers (incl. tram). De HTM beschikt over een uiterst modern wagenpark van lagevloersbussen en is daarmee één van de modernste stadsvervoerders van Nederland.


1979:

Op 23 mei 1979 werd naar aanleiding van de aankoop van de ex-HTM Kromhout/Verheul 327 door Peter Nijbakker de stichting Haags Bus Museum opgericht.

De Kromhout/Verheul 327 kwam in november 1959 bij de HTM in dienst en behoorde tot de serie 306-330. De serie 306-330 was een vervolg op de serie 226-305 uit de jaren 1955-1957. In 1962 werden de 316-330 ongebruikt verkocht aan het Maasstedelijke vervoersbedrijf RET, zij kregen daar de nummers 601-615. De reden dat de bussen werden verkocht, lag in het feit dat er onvoldoende buschauffeurs beschikbaar waren. In Rotterdam reden de bussen nog tot 1970. In hetzelfde jaar werden  de RET 612 (ex-HTM 327) en de RET 614 (ex-HTM 329) verkocht aan vliegveld Zestienhoven t.b.v. het verrichten van platformdiensten.

In 1972 werden bij de HTM de laatste bussen afgevoerd uit de serie 226-305 en de deelserie 306-315. Veel bussen werden verkocht aan particulieren die een oude stadsbus wilden ombouwen tot zomerhuisje. In 1973 werden ook de laatste bussen uit de serie 501-580 (AEC/Verheul, 1956-1957) afgevoerd. Enkelen hiervan verdwenen naar België en naar de ENHABO in Zaandam. De ENHABO gebruikte de oude HTM’ers als onderdelenleveranciers om enkele voormalige GVBA-stadsbussen op de weg te houden.

De ex-RET 614 kwam in 1978 op vliegveld Zestienhoven aan de kant te staan wegens ernstige defecten en werd vervolgens afgevoerd naar de Pametex in de Haagse Binckhorst. Alleen de ex-RET 612 resteerde nog, maar het was inmiddels duidelijk geworden dat de bus ook geen lang leven meer beschoren was. Toen enkele Haagse bushobbyisten lucht kregen van het naderende einde van de RET 612 (de ex-HTM 327), werd besloten de bus voor  ƒ 500,- te kopen. Op 15 mei 1979 werd de bus in Rotterdam opgehaald en voorlopig gestald bij de VIOS in Wateringen.

Er werd in overleg met de HTM besloten dat de 327 een belangrijke rol ging spelen tijdens de viering van 75 jaar elektrische tram op 4 augustus 1979. Op 26 juni 1980 kreeg de bus bij de HTM een kleine revisie waaraan 180 werkuren mochten worden besteed. Het resultaat was prachtig! De 327 zag er weer als herboren uit.

De 327 werd gerestaureerd met behulp van onderdelen van de ex-HTM 558. Deze bus werd in 1977 afgevoerd na zijn tweede leven als enquêtebus te hebben beëindigd.


Op 29 september 2006 poseerde de bus in topconditie aan het Deltaplein in Kijkduin



1980: 

In overleg met de directie van de HTM, werd in 1980 besloten een Standaardbus uit de eerste serie 101-125 uit 1966/1967 voor het nageslacht te bewaren. De serie was al zodanig uitgedund, dat in 1980 alleen de 115, 117 en 118 nog resteerden. De uiteindelijke keuze viel op de 117, omdat men dacht dat de motor van deze bus veruit de beste was. De 117 werd voor buitendienststelling eerst nog samen met de 160 verhuurd aan de Centrale Vervoersdienst in Nijmegen. Op 24 april 1980 werd de 117 overgedragen aan het HBM. In hetzelfde jaar werd de 117 omgebouwd tot verkoopwagen en werd als zodanig tot 1983 gebruikt.


In 1980 vond het HBM in Bourges (Midden-Frankrijk) een Chausson-touringcar die geschikt was om te verbouwen tot een Haagse Chausson. In 1946 werd de serie 41-54 afgeleverd om de HTM weer op de been te helpen. Reeds in 1948 werden de bussen al weer verkocht, omdat ze een flinke slok benzine lusten en dus als een enorme kostenpost werd gezien. In de jaren 1980-1984 werd de bus bij de HTM grondig aangepakt en er werd besloten de bus het nummer “48” te geven. De carrosserie werd volledig onder handen genomen en er vonden enkele verbouwingen plaats om de bus origineel te maken.

In oktober van hetzelfde jaar kwam er wederom een bus de HBM-gelederen versterken, het betrof een voormalige Chevrolet Staff-car welke door het Brusselse NMVB werd aangeboden. In 1947/1948 heeft een identiek exemplaar bij de HTM dienst gedaan op lijn Y van de Geestbrugweg naar vliegveld Ypenburg. Het Chevrolet-noodbusje is gebouwd als militair voertuig kwam via een legerdump bij de HTM terecht. Het HBM kocht voor  ƒ 2500,- het busje van de NMVB en arriveerde op 16 oktober 1980 in Den Haag. De bus is met bouwjaar 1943 de oudste bus van het HBM.
 


1981:

In 1981 verdwenen de laatste Standaardbussen van de HTM uit de serie 101-150 uit 1967. Het HBM organiseerde een afscheidsrit met de 118 en de 143. Beide bussen werden in hetzelfde jaar afgevoerd naar de Pametex.

Bij Westnederland verdwenen de  laatste  “Bolramers” uit de serie 4800. In 1960 zijn de bussen in de grijze kleur bij de NZH in dienst gekomen en waren aangeschaft voor de in 1961 nieuw in te voeren buslijnen die de “Blauwe Tram” ging vervangen. In 1974 werd de bus verkocht aan Westnederland als gevolg van een gebiedsruil. De 4842 kon op het nippertje worden gered van het terrein van de sloper. Helaas was de staat van deze bus niet al te best, zodoende werd de bus opgeslagen in Oud-Gastel. De 4842 heeft een carrosserie van Werkspoor.

Ook werd de HTM-Standaard 153 uit 1968 aan het HBM-bestand toegevoegd ten behoeve van onderdelenopslag. De motorloze bus werd gestald op ’s-Gravenmade. Onderdelen van deze bus werden gebruikt voor de CVD 431.

In 1981 werd door de gemeente Nijmegen de CVD 438 aan het HBM geschonken.
 


1982:

De op ’s-Gravenmade staande 153 moest vanwege vernielingen afgevoerd worden. Voor de diverse onderdelen werd een ander onderkomen gevonden. De 153 werd ter plaatse door sloper Netten gesloopt. De motorloze 153 was toch een onding, omdat hij door de 117 moest worden gesleept.

Niet onbekend mag blijven dat het HBM in 1982 PCC-car 1210 gered heeft van de slopershamer. De HTM was van mening dat de PCC-cars uit de 1200-serie te modern waren om één exemplaar te reserveren voor museumdoeleinden. Alvorens aan een inzamelingsactie die werd gehouden om de 1210 over te nemen, organiseerde het HBM op 14 augustus een afscheidsrit met de 1217 en de  1227. De 1210 is tot op heden de enige 1200 die is gerestaureerd. De 1227 bestaat ook nog in Amsterdam, maar het valt te betwijfelen of deze tram ooit nog eens op de rails verschijnt.

De 1210 werd uiteindelijk verworven en werd naar een terrein in Leidschendam overgebracht. Later zou de tram aan de SHTM worden overgedragen. In 1992 is de tram gerestaureerd ter gelegenheid van het afscheid van de Haagse PCC.

 


1983: 

In april schonk de HTM het HBM, Standaardbus 188 uit 1969. De 188 werd gebruikt voor onderdelenopslag als opvolger van de 153 die in 1982 werd gesloopt. In dezelfde maand  werd een tweede “Bolramer” aangekocht, namelijk de Westnederland 7639 (ex-Twee Provinciën). De 7639 heeft een carrosserie van Den Oudsten uit Woerden.

In juni werd er door het HBM een afscheidsexcursie met Standaardbus 201 georganiseerd ter gelegenheid van het uit dienst gaan van de laatste DAF-Standaardbussen met DOL-motor. De bussen vanaf het nummer 226 hadden allemaal een DKDL-motor. Ook werd er voor de remise Telexstraat nog een line-up georganiseerd met de 201, 301 en 401. Een foto hiervan siert de kaft van het in 1987 door Peter Nijbakker geschreven boek “20 jaar Standaardbus bij de HTM”.


Afscheid van de DOL-Standaardbussen

Op 13 juni 1983 schonk de HTM weer een Standaardbus, de 221 uit 1970. De in een goede staat verkerende 221 werd overgeschilderd in het oude Haagse kleurenschema crème met groen. De 221 werd vervolgens omgebouwd tot verkoopwagen en loste de historisch waardevolle 117 af. De 221 reed ook wel eens vervangend vervoer voor de Kromhout 327.


De 221 in volle glorie voor de oude werkplaats aan de Viaductweg


7639, Remise Frans Halsstraat

AEC-Verheul 559 werd teruggevonden nabij Luik, maar de algehele staat en de vraagprijs van de bus waren de belangrijkste aspecten waarom aankoop niet door is gegaan.

Ook Kromhout-Verheul 296 werd teruggevonden. Deze bus stond nabij Tilburg in een bos als tuinhuisje. De bus was niet meer te redden gezien de algehele staat en vanwege het feit dat het halve bos gekapt moest worden. De motor van de 296 is wel gered, deze is nu reserve voor de 327.



1984:

In dit jaar bestond het HBM 5 jaar, de busdivisie van de HTM bestond 60 jaar. Ter gelegenheid hiervan werd er een grote busmanifestatie in- en rond de HTM-vestigingen aan de Fruitweg. Van Westnederland werd op deze dag Leyland-National 3114 voor een vriendenprijsje overgenomen. In 1975 werden 25 van de in het Verenigd Koninkrijk zeer populaire “Nationals” afgeleverd aan Centraal Nederland, de NZH, Westnederland en de Zuidooster. Doordat de “Nationals” niet bevielen, werden de meesten zo rond 1983 buiten dienst gesteld. De meeste bussen werden bij het CAB in Utrecht gesloopt, terwijl een enkeling een nieuwe eigenaar kreeg. De 3114 is op dit moment de enige rijvaardige Leyland-“National” in Nederland. Een andere museumautobusstichting is op dit moment bezig de Zuidooster 3121 te restaureren.

In dit jaar is het HBM tevens begonnen aan de restauratie van de 7639.


1985:

Geen nieuws



1986:

De CVD 438 ging weer retour aan de gemeente Nijmegen die de bus vervolgens schonk aan de Stichting Veteraan Autobussen.

In het najaar van 1986 werd er begonnen met de restauratie van de 117. De bus moest worden gerestaureerd in de staat van 1967. De carrosserie werd opnieuw beplaat en aan de achterzijde werd veel aandacht besteed. Jan Berkhuysen leverde vakwerk!

De ex-HTM Kromhout-Verheul 204 uit 1952 werd teruggevonden bij een sloper in De Lier. De sloper wilde pertinent niet van deze bus af zodat de bus achter moest blijven. Het enige wat eventueel nog te bergen viel, was het front van deze bus.
 


1987:

In dit jaar schreef Peter Nijbakker het boek “20 jaar Standaardbus bij de HTM”. Tevens kwam de 117 gereed en kon aan het publiek worden voorgesteld.

In maart werd van Westnederland informatiebus 1107 overgenomen. Bij het HBM ging de 1107 de 221 vervangen als verkoopbus. De 1107 komt uit de eerste serie Leyland-Standaardstreekbussen, gebouwd door Verheul in 1968.

Op 22 september werd Standaardbus 188 na haar vitale onderdelen af te hebben gestaan aan de 117 afgevoerd voor sloop. Het sloopvonnis zou worden voltrokken door sloper Mulder. Toen de 188 aan het HBM geschonken werd, had de HTM er nieuwe velgen ondergedaan die hergebruikt zijn onder de 117.



1988:

In februari 1988 werden de HBM-gelederen opnieuw versterkt door de komst van de voormalige HTM-Standaardbus 150 uit 1967. In 1978 is deze bus na buitendienststelling verbouwd tot mobiele alarmcentrale voor de Haagse brandweer. De bus werd destijds opnieuw beplaat en gespoten. Bij de brandweer kwam de bus in dienst onder de naam MAC 95. Jammer genoeg heeft de brandweer weinig plezier aan de bus mogen beleven, de bus was te groot voor de smalle straten in de stad. Bij de brandweer werd de MAC 95 vooral ingezet op open dagen. De bus werd door het HBM voor een symbolisch bedrag van  ƒ 1,- van de brandweer overgenomen en kreeg het nummer H150. De bus wordt gebruikt als onderdelenmagazijn.

In maart werd Standaardbus 299 door de HTM aan het HBM geschonken. De bus behoort toe aan de serie 276-300 uit 1973 die de laatste crème-groene bussen uit de jaren ’50 vervingen. De carrosserie vertoont veel verschillen met de andere Standaardbussen van het HBM. In 1983 is de bus door Kees-Jan van Kesteren ludiek beschilderd en kreeg de naam “Deukenbus”. De 299 was hiermee de eerste arthotheekbus. Helaas is de staat van de 299 matig.

Het HBM kreeg voorts de beschikking over Standaardbus 281, eveneens uit 1973. Deze bus zou dienen als magazijn.


De 299 van lijn 14, op Scheveningen
 


1989:

De restauratie van de 7639 kwam goed op gang. In juni is de al sinds 1981 in Oud-Gastel verblijvende 4842 naar Den Haag gehaald om voorbereid te worden op een komende restauratie.

De restauratie van Chausson 48 werd dit jaar afgerond.

Het HOVM werd dit jaar feestelijk geopend. Het HBM nam haar intrek in het museum. In dit jaar werd de kop van de GEVU 31 opgehangen in het museum. Deze kop moet de herinnering levend aan de AEC’s van de HTM.



1990:

De in 1988 door de HTM geschonken 281 werd afgevoerd. De bus kwam terecht bij de KNAC-slipschool op Ypenburg waar de motor van de bus is uitgenomen. De motor werd hergebruikt in de ex-HTM 293 van de KNAC. Het restant van de 281 werd afgevoerd naar sloper Mulder.
 


1991:

De restauratie van de 7639 werd dit jaar voltooid. De bus is teruggebracht in de Citosa-uitvoering mèt Westnederland-stickers. In 1994 kreeg de bus originele Citosa-stickers.

Het jaar 1991 zorgde weer voor een nieuwe aanwinst voor het HBM. De HTM schonk het HBM in maart Standaardbus 319 uit 1977. De 319 behoort tot de serie 301-320 die werd aangeschaft om de oudste Standaardbussen uit 1967 te vervangen. De carrosserie wijkt op vele punten af van de bussen uit de serie 276-300 uit 1973. Zo heeft de 319 een vergrote filmkast, een modernere koplampconfiguratie en een vlakke achterkant. De originele ronde koplampen werden later weer vervangen door vierkante exemplaren die gelijk waren aan die van de bussen vanaf nummer 341. De 319 ging gelijk in restauratie.

De 4842 ging na lang wachten ook in restauratie. De bus werd gerestaureerd in de toestand van 1960.

Dit jaar werd de Centraal Nederland 5509 door de MUSA (Amsterdam) overgedragen aan het HBM. Deze Leyland-Den Oudsten-stadsbus uit 1971 is oorspronkelijk bij de NBM in Hilversum in dienst gekomen. Op 1 november werd de bus officieel overgedragen.


De 4842 tijdens zijn restauratie

 

1992:

In maart werd van Westnederland Leyland-Den Oudsten 2742 gekocht. De bus is van oorsprong de VAGU 76 en kwam in 1977 in dienst. Helaas had Westnederland de goede motor van de 2742 omgeruild met een versleten exemplaar van een bus uit de 1700-serie. Gelukkig bood de reservemotor uit de VSL 7578 uitkomst.

Ook de voormalige Citosa 4282 kwam het HBM-museumbestand aanvullen. De bus werd gekocht van een groepje liefhebbers binnen Westnederland.


Haagsche Courant 16-05-1992


16-05-1992



1993:

In mei van dit jaar organiseerde de HTM in samenwerking met het HBM en het SHTM een afscheidsrit met diverse PCC’s. De trams van het type PCC gingen op 30 juni definitief buiten dienst. Het HBM stelde bus 117 ter beschikking en kwam helaas onderweg met pech te staan.

Kromhout/Verheul 327 onderging een kleine revisie. In 1993 werd tevens begonnen met de restauratie van de Westnederland 3114.
 


1994:

In mei van dit jaar werden de restauraties van de HTM 319 en de NZH 4842 afgerond. De Citosa 4282 werd dit jaar gerestaureerd. De 319 wordt door de HTM als cadeau ter gelegenheid van het 15 jarig jubileum van het HBM opnieuw gespoten.


Posthoorn, 1 Juni 1994



De HTM 319 in optima forma

Van het Bedrijfs Autobus Museum Utrecht werd de LTM 7578 overgenomen. Deze museumorganisatie had de bus overgenomen met als doel hem om te bouwen tot een GEVU-stadsbus uit de serie 41-60 (bouwjaar 1958/1959). Dit plan leed schipbreuk en zodoende kwam de bus bij het HBM terecht. Het HBM had plannen om de bus om te bouwen tot verkoopwagen, maar deze plannen zijn vanwege de matige staat van de 7578 in de prullenbak verdwenen.



1995:

Dit jaar gingen de VAGU 76 en de Westnederland 1107 in restauratie. De Westnederland 1107 zou worden gerestaureerd in de Citosa-uitvoering uit 1968.
 


1996:

Doordat de Westnederland 1107 werd gerestaureerd, had het HBM geen verkoopbus meer. Om deze reden kwam de 221 weer in beeld. De bus werd door een student van de Haagse Kunstacademie op professionele wijze ingericht als promotiebus. De 221 moet sindsdien worden gereden met een vrachtwagenrijbewijs.

De restauratie van de VAGU 76 werd dit jaar afgerond.

1996 is het jaar dat de HTM afscheid nam van de laatste wijnrode Standaardbussen. De HTM had het HBM Standaardbus 425 uit de serie 421-430 (1983) toegezegd, maar door een misverstand is de bus helaas afgevoerd.

 

1997:

De restauratie van de Citosa 1107 werd afgerond.


1107, Remise Frans Halsstraat


1998:

Dit jaar kwam alsnog een van de allerlaatste wijnrode Standaardbussen het museumbestand versterken. Standaardbus 419 uit de serie 401-420 (1982) werd in december door de HTM aan het HBM geschonken. De 419 is in 1994 overgegaan van de HTM naar dochter HTM-Specials. De middelste deuren werden dichtgelast en de bus kreeg 2X2-bankjes ten behoeve van het besloten vervoer.



1999:

De restauratie van de Westnederland 3114 werd voltooid. 

Tijdens de viering van 20 jaar HBM en 75 jaar bus bij de HTM, werd Standaardbus 485 overgedragen aan het HBM. De 485 behoort tot de serie 485-497 uit 1987. De 485 is van het type CSA-II, een Standaardbus van de 2e generatie. Op 21 januari schonk de HTM Standaardbus 397 uit 1981. Deze bus zou worden gebruikt voor onderdelen. Het snelle differentieel van deze bus werd later overgeplaatst naar de 485. Na het verwijderen van de nog bruikbare onderdelen werd de bus afgevoerd richting HTM die de bus voor sloop af zou voeren naar Trabuco in Rotterdam.


 


2000:

In januari van dit jaar werd de ex-Zuidooster 1113 van de ter ziele gegane Stichting Oldtmerbus Holland overgenomen. De bus kwam per dieplader in Den Haag aan. De 1113 werd gestald in remise Zichtenburg, maar werd al weer op 13 juni overgedragen aan de Stichting Veteraan Autobussen. In 2005 werd de 1113 in rijvaardige staat opgeleverd.

De laatste Standaardbussen bij de HTM gingen buiten dienst. De 503 wordt door bushobbyisten voorzien van een geel vel papier op het front met daarop de tekst “Laatste dienst DAF CSA-II, 29-06-1984 – 14-10-2000”.

 


HTM-503 tijdens de laatste dienst met een CSA-II


2001:

In juni organiseerde het HBM een evenement in het kader van “35 jaar Standaardbus”. Diverse (museum)bussen kwamen naar de Fruitweg om het evenement luister bij te zetten. Ook diverse bussen van HTM-Specials waren aanwezig.



2002:

Het HBM nam dit jaar deel aan het Concours d’Elegance in Noordwijk en wist met de 327 de publieksprijs voor de mooiste museumbus binnen te halen.

In 2002 werd er afscheid genomen van de Centraal Nederland 5509 en de VSL 7578. Beide bussen vertrokken naar het Noordelijk Openbaar Vevoer Museum in Ouwsterhaule. Op 24 mei werd de 5509 overgeschreven op naam van het NOV. De bussen moesten weg in verband met de komst van de 773, 3681 en 3882 in 2004.

Op 30 juni 2002 organiseerde het HBM een excursie naar de MUSA in Amsterdam. De HTM 221 en de Citosa 7639 gaven op deze dag de acte de presence.

De 4842 heeft een motorwissel ondergaan. De bus kreeg de originele motor van de VAGU 76. Deze motor werd in 1999 gewisseld tegen de motor van de VSL 7578. De Chausson kreeg een remrevisie.

Het HBM had plannen om de Connexxion 9846 over te nemen, destijds de eerste bus met geplakte ramen. In 1985 werd deze bus bij Westnederland in dienst gesteld. Helaas werd de 9846 verscheept, zodoende kwam in 2004 de 3882 ter vervanging.



2003:

De 48 en de 4842 werden dit jaar na een remrevisie respectievelijk een motorwisseling opnieuw in dienst gesteld. Het niet meer te reviseren motorblok van de 4842 werd in april afgevoerd naar de Pametex voor sloop. Van de 142 werden de voorwiellagers vervangen.

De 221 ontving een zonnescherm daar is gebleken dat de bus als verkoopwagen een doorslaand succes is.



2004:

Dit jaar kwamen maar liefst vier nieuwe bussen het HBM-museumbestand versterken. Van Connexxion werden de voormalige Westnederland 3681 (uit 1986) en de 3882 (uit 1988) overgenomen. Deze bussen zijn van het type MB200. De 3681 en 3882 zijn in de plaats gekomen voor de voormalige Westnederland 9846, de eerste MB200 met geplakte ruiten. Het HBM had namelijk al eerder een optie genomen op deze bus.

De HTM schonk het HBM ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum de Neoplan 773. De 773 behoort tot de serie 704-773 uit 1990/1991. De Neoplans waren de eerste lagevloersbussen van de HTM en tevens de eerste bussen die de nieuwe wit/rode huisstijl kregen. Van HTM-Specials werd de Parijse stadsbus met het nummer 612 verkregen. Ook kwam er nog een trekker met oplegger, welke kort na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet om het tekort aan busmaterieel op te vangen. De trekker is van het merk Kromhout en de oplegger is van het merk DAF.

Van vliegveld Zestienhoven werd nog een Maybach-sleepwagentje verkregen. Dit sleepwagentje werd in 2000 op Zesteinhoven in gebruik gesteld als werkwagen.

Dit jaar bestond het HBM 25 jaar. In juni werd dit evenement groots gevierd. Diverse museum-Standaardstreekbussen bezochten het HOVM.  Ook op de Fruitweg stonden enkele bussen. De 773, 3681 en de 3882 werden op deze dag aan het publiek voorgesteld.

Voorts werd Standaardbus 419 technisch opgeknapt.


3882, Frans Halsstraat


3681, Pijnacker


773, Frans Halsstraat


TD13, Frans Halsstraat


2005:

In augustus van dit jaar werden er vier bussen van het HBM op de gemeentelijke monumentenlijst gezet, te weten de HTM 419, de Citosa 4282, 7639 en de Westnederland 3114. De bussen hebben de status van “roerend monument gekregen”. Eerder kregen de HTM 48, 142, 327 en de NZH 4842 al de status van “roerend monument”.


De plaquette “deze bus is een Haags monument” wordt onthuld op de 419 door Peter Nijbakker en Bruno Bruins.
 


De 4282 wist zelfs op 31 augustus het landelijke dagblad De Telegraaf te halen.

Het HBM ging de samenwerking aan met HTM-Specials. Het besloten vervoer kan sindsdien worden aangeboden door HTM-Specials. HTM-Specials huurt daarvoor bussen van het HBM in.

 

2006:

In april organiseerde het HBM in samenwerking met diverse verenigingen van klassieke Peugeots een treffen aan de Fruitweg. Deze dag mag gerekend worden tot een succes. Naast een bezoek aan het museum werd er voor de eigenaren van oude Peugeots nog een rondrit georganiseerd.

In mei schitterde het HBM weer op het Concours d’Elegance in Noordwijk. De bussen 142, 327 en 4842 waren van de partij. Dit keer wist het HBM geen prijs binnen te halen, helaas.

In 2006 mocht het HBM weer een nieuwe aanwinst verwelkomen. Van Arriva werd een heuse Londense Routemaster in bruikleen gegeven aan het HBM. In Engeland is deze klassieke bus opnieuw geschilderd. Op 9 september werd de Routemaster (de 1312) officieel overgedragen aan het HBM.