Wagen nummer 2007
  Merk Crossley SD42/2
  Carrosserie Aviolandia
  Bouwjaar 1946
  Kenteken H-76478 (Later NB-49-05)
  Aantal zitplaatsen 42
  Vorige eigenaar Particulier, WSM
  Eigendom HBM 2011
  Restauratie Wordt voorbereid
  Status Technisch niet inzetbaar
 
Geschiedenis :
 

Aan het einde van de tweede wereldoorlog bestond een groot gebrek aan vervoermiddelen, zowel bij de spoorwegen als bij de busbedrijven. Daarbij was het probleem van de vele beschadigde of vernielde bruggen bij de spoorwegen groter dan bij het wegverkeer: een bus kan makkelijker op een noodvoorziening aansluiten of een hindernis omzeilen dan een trein dat kan doen. De spoorwegen, die tevens het moederbedrijf waren van vele streekbusbedrijven, zagen dat snel in en besloten te trachten in het buitenland een grote order voor bussen te plaatsen, zowel voor hun eigen behoefte als voor de dochterbedrijven. Dit resulteerde in een levering door Crossley in Manchester, vanaf 1946/47, van:

-       250 Trekkers (eigenlijk ingekorte buschassis met een opvallend lange neus) voor 240 door DAF te fabriceren opleggers die door verschillende Nederlandse fabrieken van een grote carrosserie werden voorzien. De combinaties met een totale vervoerscapaciteit van ca. 80 passagiers waren bestemd om de drukkere spoorverbindingen te vervangen. In het voorjaar van 1949 gaf de Rijksverkeersinspectie aan NS de wens te kennen om de opleggerbussen uit de lijndienst te halen. De bussen werden vaak ver boven het maximum aantal passagiers beladen, wat voor een trekker-opleggercombinatie tot gevaarlijke situaties kon leiden. Vanwege het geleidelijk vervallen van de treinvervangende busdiensten was dit mogelijk en in 1951 was het met de opleggers grotendeels gedaan.

-       925 'Normale' bus chassis. Eerst 500, waarop door verschillende Nederlandse fabrieken een carrosserie met een lengte van 10,8 meter werd gebouwd. Deze wagens, de 'grote Crossley's' met 46 zitplaatsen, waren bestemd voor de minder drukke spoorverbindingen. Vervolgens, ten behoeve van het streekvervoer, nog 425 chassis voor de zgn. 'kleine Crossley’s met een lengte van 10 meter en een capaciteit van 42 zitplaatsen, waarvan 150 voorzien van een Engelse carrosserie, en de overige in Nederland opgebouwd. Het verschil tussen beide types kwam duidelijk tot uiting in de vormgeving van vooral de frontpartij.

Enerzijds kostte het bestellen en bouwen van het materieel meer tijd dan gedacht en anderzijds verliep het herstel van het spoorwegnet sneller dan was voorzien. Daarmee ging de inzet van de bussen anders dan eerst was aangenomen. Opleggers en grote Crossley’s –die in de oorspronkelijke opzet bedoeld waren voor het NS-vervoer (vervangende treindiensten)- werden ook ingezet in het streekvervoer. Maar de regering moest aandrang uitoefenen op NS om de overtollige bussen ter beschikking te stellen aan de niet-dochterondernemingen in het streekvervoer. De concurrentiegedachte was sterker dan het streven naar opbouw. Omdat zowel de spoorwegen als diverse streekvervoerbedrijven ze gebruikten hebben ze in een zeer groot deel van Nederland dienstgedaan.

De Crossley’s waren van een conventioneel ontwerp, al had de bus geen motorneus meer. De bestuurder bevond zich in een separaat compartiment waar ook de (afgedekte) motor stond. Dit hield luchtjes en lawaai uit de reizigersruimte en bood gelegenheid post of kranten te vervoeren, maar het maakte tweemansbediening noodzakelijk. Het in- en uitstappen van de reizigers gebeurde door dubbele deuren in het midden van de wagen.

"Korte Crossley" 2007 (uit de deelserie 1918-2117), die door Aviolanda in Papendrecht was voorzien van een aluminium carrosserie, deed dienst bij de WSM. Begin jaren zestig volgde buitendienststelling. In tegenstelling tot vrijwel alle Crossleys viel 2007 niet aan de slopershamer ten offer. In 1986 werd de bus herontdekt in zijn hoedanigheid als vakantiehuisje bij vliegveld Teuge te Apeldoorn. Drie jaar later volgde repatriëring naar Amsterdam, waar de bus deel ging uitmaken van de collectie van MUSA. In 2011 ging de bus over naar de collectie van het Haags Bus Museum (HBM), waar restauratie zal volgen.

Van al deze bussen zijn nog twee exemplaren overgebleven, één ‘grote’ Crossley, de NS/NBM 1108 van de Stichting Veteraan Autobussen (SVA) en de te restaureren ‘kleine Crossley’, de WSM 2007. De restauratie van deze bus wordt nu voorbereid (stand 2011).